BibleMio

Psalmen 23: context en uitleg

Redactionele notities van BibleMio, opgesteld met AI-ondersteuning. Ze maken geen deel uit van de Bijbeltekst.

Psalmen 23:1–6

Nederlands — De Heilige Schrift 1917

1 Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.

2 Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.

3 Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.

4 Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

5 Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.

6 Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.

Lees het hele hoofdstuk

De context

Psalm 23 is een vertrouwensgedicht. Eerst leidt en herstelt een herder, daarna volgt een donkere, gevaarlijke weg. De slotverzen tonen een gedekte tafel en gastvrijheid in het huis van de Heer. Lees alle zes verzen samen.

Aanwijzingen voor het lezen

Voedsel, rust en leiding drukken vertrouwen uit. In het dal spreekt de dichter God rechtstreeks aan als “u”. De tafel staat tegenover tegenstanders: de weerstand is niet verdwenen. Het gedicht verwoordt vertrouwen te midden van gevaar.

Wat de passage niet zegt

De psalm garandeert geen rijkdom, lichamelijke veiligheid of leven zonder rouw. De poëtische beelden zijn geen tijdschema van toekomstige gebeurtenissen. Vertalingen kunnen verschillen in de beschrijving van het donkere dal en het verblijf in het huis van de Heer.

Om over na te denken

Hoe verandert de aanspreekvorm voor God in vers 4?